Begin met voelen wat er al is
Ga rustig zitten en laat de adem zijn eigen ritme vinden. Voel eerst het contact van je voeten met de vloer. Beweeg daarna met je aandacht langs benen, bekken, buik, borst, armen, keel en hoofd. Merk op waar het warm, koel, zwaar, licht, rustig of beweeglijk voelt.
Probeer niets te maken. Het eerste doel is niet meer energie voelen, maar eerlijker waarnemen. Juist een gebied waar je weinig voelt, vertelt iets over waar je aandacht nog niet gemakkelijk komt.

De oefening met je handen
Wrijf je handpalmen kort tegen elkaar en houd ze daarna ongeveer twintig centimeter uit elkaar. Beweeg ze langzaam naar elkaar toe en weer uit elkaar. Veel mensen merken warmte, tinteling, een lichte weerstand of een elastisch gevoel op.
Draai vervolgens één handpalm naar je borst of onderbuik zonder het lichaam aan te raken. Onderzoek of afstand, richting en adem de ervaring veranderen. Houd de oefening kort, zodat je aandacht helder blijft.
Energie in een ruimte en bij andere mensen
Een ruimte kan open, zwaar, stil, levendig of onrustig aanvoelen. Neem eerst je eigen toestand waar voordat je een kamer binnenstapt. Kijk daarna wat verandert. Zo leer je beter onderscheiden wat je meebracht en wat je in de omgeving ontmoet.
Bij contact met andere mensen geldt hetzelfde. Blijf met een deel van je aandacht bij voeten, onderbuik en adem. Gevoeligheid hoeft niet te betekenen dat je iedere emotie overneemt. Aanwezig blijven in je eigen energie maakt waarneming juist zuiverder.

Onderscheid groeit door herhaling
Schrijf na een oefening drie dingen op: wat voelde je vooraf, wat veranderde tijdens de oefening en wat bleef hetzelfde? Noteer gewone woorden en concrete plaatsen in het lichaam. Dat voorkomt dat je iedere sensatie onmiddellijk groot hoeft te verklaren.
Wissel voelen altijd af met aarden. Wandel, drink water, raak een boom of tafel aan en doe iets praktisch. Een gevoelig energiesysteem wordt niet alleen opener, maar ook stabieler en duidelijker.
Een oefening met drie aandachtspunten
Begin bij iets dat goed waarneembaar is: het contact van je voeten met de vloer. Verplaats je aandacht daarna naar je handen en ten slotte naar de ruimte om je heen. Blijf bij ieder aandachtspunt ongeveer een halve minuut. Je hoeft niets op te roepen; je merkt alleen op wat er al is.
Beschrijf na afloop één verschil tussen de drie momenten. Misschien waren je voeten duidelijk voelbaar en bleef de ruimte vaag. Dat is een bruikbare waarneming, geen tekort. Door klein en precies te oefenen voorkom je dat je vooral bezig bent met wat je volgens een boek zou moeten ervaren.
Gevoeligheid hoeft niet voortdurend aan te staan
Je kunt bewust kiezen wanneer je aandacht aan subtiele indrukken geeft. Tijdens werk, verkeer of een gesprek mag je je richten op de taak en de ander. Niet iedere omgeving hoeft onderzocht of gelezen te worden. Afwisselen tussen gerichte aandacht en gewone bezigheden maakt de oefening draaglijk.
Bij veel indrukken helpt het om de oefening af te ronden, iets te eten of te drinken en een eenvoudige activiteit te doen. Blijven zoeken naar de herkomst van iedere sensatie kan juist onrust geven. Bouw een praktijk op die je ondersteunt in het leven dat je leidt.
Een eigen ervaringsverslag
Schrijf kort op wat je deed, hoe lang en wat je merkte. Houd een lichamelijke sensatie, een gevoelsreactie en een spirituele interpretatie herkenbaar uit elkaar zonder ze tegen elkaar uit te spelen. Na enkele weken kun je zien welke omstandigheden prettig zijn en welke oefening bij je past. Die persoonlijke ontwikkeling is interessanter dan het verzamelen van steeds sterkere ervaringen.
Vragen over energie voelen: zo leer je levensenergie waarnemen
Wat als ik weinig voel?
Begin bij gewone contactpunten en een korte oefening. Je hoeft geen bijzondere sensatie te produceren.
Moet ik overal energie proberen te voelen?
Nee. Kies een geschikt moment en rond de oefening af. Je aandacht mag daarna gewoon naar je dagelijkse bezigheden.
