De chakra als draaiend krachtcentrum
Het Sanskrietwoord chakra betekent wiel. C.W. Leadbeater beschreef de centra als snel draaiende, bloemachtige draaikolken aan het oppervlak van het etherische lichaam. Ieder centrum heeft een eigen aantal spaken of blaadjes en een kenmerkende kleurbeweging.
De bekende zeven centra liggen volgens zijn indeling bij de basis, milt, zonnevlecht, hart, keel, voorhoofd en kruin. Deze kaart wijkt op onderdelen af van andere yogische systemen en vormt een eigen theosofische benadering.
Levenskracht en het etherische dubbel
Prana stroomt vanuit de omgeving het etherische lichaam binnen. De chakra’s ontvangen deze vitaliteit en verdelen haar via fijne energiebanen door het lichaam. Het miltcentrum krijgt in veel theosofische uitleg een belangrijke taak bij de opname en verspreiding van zonneprana.
Het etherische dubbel is daarbij de brug tussen het fysieke lichaam en fijnere bewustzijnsniveaus. Wat op astraal of mentaal niveau beweegt, kan via het etherische netwerk doorwerken in lichamelijke aanwezigheid en waarneming.
Centra tussen verschillende bewustzijnslagen
Chakra’s bestaan volgens de theosofie niet alleen op etherisch niveau. Ook de astrale en mentale lichamen hebben centra. Wanneer deze op elkaar zijn afgestemd, kan ervaring van een fijner niveau duidelijker in het waakbewustzijn worden opgenomen.
Het openen van centra wordt daarom verbonden met ontwikkeling van het gehele karakter. Zuiverheid van bedoeling, evenwicht, dienstbaarheid en onderscheidingsvermogen dragen de spirituele ontwikkeling.
Kleur, waarneming en meditatie
Leadbeaters kleurplaten tonen chakra’s als lichtende, dynamische vormen. Door een centrum rustig te visualiseren en tegelijk de bijbehorende levenskwaliteit te ontwikkelen, wordt symboliek verbonden met dagelijks leven.
Lees ook de pagina over aura in de theosofie. Daar zie je hoe de kleuren en bewegingen van de chakra’s deel worden van een groter etherisch, astraal en mentaal veld.
Een eigen plaats in de geschiedenis
The Chakras verscheen in 1927. Leadbeater beschreef de platen als weergaven van helderziende waarnemingen. Zijn boek is daarom een oorspronkelijke bron voor de theosofische visie, niet een anatomisch verslag. In zijn voorwoord maakt hij zelf onderscheid tussen de Indiase symbolische tekeningen en de lichtwielen die hij wilde laten zien.
Opvallend is het miltcentrum, dat bij hem de tweede plaats krijgt. Dat is niet eenvoudig een andere naam voor Svadhisthana in het bekken. Wie de platen en teksten naast elkaar legt, ziet hoe belangrijk het is om de eigen indeling van een auteur te volgen. De bespreking van chakrasymbolen helpt om beide soorten afbeeldingen te herkennen.
Vragen over chakra’s in de theosofie
Waarom noemt Leadbeater een miltchakra?
In zijn eigen theosofische indeling speelt het miltcentrum een belangrijke rol bij de opname en verdeling van vitaliteit. Het is niet hetzelfde centrum als Svadhisthana in het bekken.
Waar komen de lichtende chakra-afbeeldingen vandaan?
Leadbeater publiceerde zulke platen in The Chakras uit 1927. Hij presenteerde ze als weergaven van helderziende waarneming.
